MUTATIES BIJ PARKIETACHTIGE
Mutaties en combinaties gaan we steeds meer zien bij de parkieten soorten,waren het eerst de grasparkieten en agaporniden,waar we vele kleur mutaties bij zagen ,nu komen er ook steeds meer grote parkieten en papegaaien voor welke gemuteerd zijn.
Bij de grote parkieten en papegaaien,bestaan deze mutanten ook vaak al meer dan 10 jaar,maar door de vaak zeer hoge prijzen hiervan,blijven ze weg van de TT’’s.
Hoewel de vererving en werking van de mutatie factor bijna altijd gelijk is aan eerder genoemde grasparkieten en agaporniden,worden er zeer vaak geheel andere naamgeving aan gegeven. Hierdoor is het voor zowel de kweker als keurmeester vaak een probleem wat het nu precies is.
Momenteel wordt er mede door internet contacten welke wereldwijd zijn, gewerkt aan een internationale naamgeving,voor alle soorten. Buiten de veelal fantasie namen worden er ook per bond/vogelfederatie regelmatig verschillende naamgeving gebruikt. Zeker als men mee wil doen aan b.v de C.O.M. wereldshow of aan een buitenlandse tentoonstelling geef dit problemen.
Ondanks gemaakte afspraken zullen er altijd nog kwekers blijven die de oude naamgeving blijven gebruiken ,vaak uit financieel voordeel.
Wij als keurmeesters en ook als kweker hebben dan ook de taak om wanneer vogels onder oude/verkeerde naam zijn ingeschreven dit te verbeteren naar de juiste naamgeving.
Voor vele kwekers en keurmeesters zijn nog vele mutanten onbekend,daarom wordt er in onderstaand mutatie overzicht bij elke factor de vogel soorten genoemd waarbij deze factor al bij is opgetreden.
Regelmatig zien we ook dat er vogels ingestuurd worden als mutant,maar dat deze opgegeven kleur nog niet bestaat,o.a donkergroene splendid,elegant en roodrug,meestal ligt de fout dat men het vraagprogramma niet goed heeft ingezien en dat ze de eerste kleurnaam nemen bij de mutanten,zonder het te weten dat de wildkleur in een aparte groep vermeld staan.
Ik ga nu niet uitgebreid in wat er nu precies allemaal in de veren veranderd is,maar meer op de uiterlijke kenmerken en de vererving,waar nodig aan gevuld met oude/fantasie namen en een korte tekst waarom hiervoor gekozen is.
Het is zeker niet zo dat de naamsveranderingen genomen zijn om te veranderen,maar om duidelijkheid te geven in zowel de groen als blauwserie.
Ook de volgorde bij mutatiecombinaties wordt aangepast,ook nu weer om meer duidelijk te geven voor kweker/keurmeester.
Wel wil ik u er wijzen dat de nieuwe naamsveranderingen pas ingaan als er een nieuwe standaardeis van de soort wordt uit gebracht of aanvulling hierop.Zeker bij de grasparkieten zullen de ingeburgde namen voorlopig nog blijven bestaan! 1
DOMINANT INTERMEDIAIR:
Deze factor vererft zoals de naam al zegt Dominant en is bijna altijd door een kweekselectie bereikt. De roodbuik kleurslag/mutant is hier een goed voorbeeld van. Deze is door de kweekselectie ontstaan door vogels die iets rood op de buik toonden tegen elkaar te paren en zo het rood uit te gaan breiden.
Als er eenmaal rood in de buik aanwezig is zal dit bij alle jongen hieruit ook aanwezig zijn. Een voorbeeld je heb een roodbuik turquoisine,die een geheel rode buik bezit en deze paart men tegen een normale turquoisine met een gele buik,alle jongen hieruit zowel mannen als poppen zullen rood en geel in de buik tonen.Het maak niet uit of je hiervoor een roodbuik man of pop neem. Dat bedoelen we nu met intermediair. Zou het een gewone dominante autosomale vererving zijn,dan waren 50% van de jongen volledig roodbuik en 50% normaal geel.
Bij de volgende soorten is de Dominant intermediair roodbuik al ontstaan:
Turquoisine parkiet
Splendid parkiet
Swift parkiet
Veelkleurenparkiet
Roodrugparkiet,bij de roodrug bestaat er ook een roodbuik variant die autosomaal recessief vererft.
Uiteraard kan deze roodbuik selectie op nog meer soorten ontstaan,wel is het zo dat tot nu toe deze roodbuiken alleen ontstaan zijn bij soorten die van nature al rode veervelden bij zich dragen.
DOMINANT AUTOSOMAAL:
Dominant wil zeggen overheersend en je heb in feite maar 1 vogel nodig met de dominant factor bij zich,om jongen te kweken die ook deze dominant factor bij zich heeft. Paar men een dominant X een niet dominant dan zullen 50% van de jongen ,zowel mannen als poppen deze dominant factor tonen,de andere 50% is normaal en ook niet split/drager van de dominant factor. Deze uitkomsten gelden voor alle Dominant autosomale verervingen,dus bij de Dark,Grijs,Misty,Violet,Spangle,Dominant bont en Kuif factor.
Wel is het zo dat bij sommige dominantfactoren de factor dubbel aanwezig moet zijn om duidelijk herkenbaar te worden.
Dominante autosomale verervingen bij de parkietachtige zijn:
Dark & Double Dark factor
Dit is de nieuwe naam voor donkergroen en olijfgroen in de groenserie en kobalt en mauve in de blauw serie.
Er is voor deze nieuwe naam gekozen omdat deze voor zowel de groenserie als blauwserie van toepassing is en ook omdat niet elke parkietensoort welke van nature groen is dezelfde kleur groen bezit.Een grasparkiet en meerdere soorten zijn van nature lichtgroen,een turquoisine is al nagenoeg donkergroen en een blauwvleugel is nagenoeg olijfgroen en toch worden ze alle als lichtgroen genoemd in de standaard.
Tot nu toe worden deze dan ook beschreven als lichtgroen of wildkleur,nu gaan we alleen de soort naam nog vermelden dus zonder de toevoeging van lichtgroen of wildkleur.
Voorbeeld nieuw: Elegantparkiet, Bourke parkiet
Voorbeeld oud: Elegant parkiet lichtgroen,Bourke parkiet wildkleur.
De donkergroen wordt nu D groen en de kobalt wordt D blauw
De olijfgroen wordt nu DD groen en de mauve wordt DD blauw
Wel wordt er dringend verzocht om D en DD met hoofdletters te schrijven om zo duidelijk aan te geven dat het om een dominante vererving gaat !
D groen of blauw is een enkel factor Dark (Donker) en DD groen of blauw is een dubbel factor Dark(Donker),om een DD te kweken moet men 2 enkel factorige Dark tegen elkaar paren,hieruit kunnen dan DD factor uit geboren worden. Heb je een DD groen of blauw en deze paart men tegen een normale zonder D factor dan zijn alle jongen D groen of blauw,dit omdat door de DD factor nu aan alle jongen 1 D factor wordt mee gegeven.
De D- en DD factor ontstaan door een kleinere baarddiameter en een minder diepe bewolkte zone. Hierdoor nemen we kleur donkerder waar t.o.v de ongemuteerde vorm. Waarschijnlijk is ook de blauwstructuur iets veranderd,gezien dit ook donkerder wordt.
Bij alle soorten vererft de D –en DD factor Dominant autosomaal,soorten waarbij deze factor tot nu toe is opgetreden zijn.
Grasparkiet
A.G Roseicollie
A.G Fisherie
A.G Personata
A.G Nigrigenus
A.G Lilianae
A.G Taranta
Catharina parkiet
Turquoisine parkiet
Barnard Parkiet
Stanley rosella
Lorie v/d blauwe bergen
Schubben lori
Ind Halsbandparkiet
Grote Alexander parkiet
Het ligt in de lijn der verwachting dat de D factor nog bij vele soorten zal ontstaan,of de factor ook te herkennen zal zijn bij soorten die van nature geen groene veervelden bezitten,zoals de bourke parkiet ,valkparkiet en pennant rosella,is mij niet bekent,misschien zijn ze er al vele jaren,gezien de grote variatie in kleurdiepte bij deze soorten !!
Wel zien we regelmatig soorten die als donkergroen (D Groen) zijn in gestuurd en dit ook wel benaderen ,maar dit genetisch niet zijn,vooral bij de splendid parkiet zien we dit regelmatig.Uit nakweek zijn nog nooit DD groene geboren,het vererft wel dominant ,het betreft hier de Violet factor welke in zowel de groen als blauw serie een donkere kleur veroorzaakt ook het blauw wordt duidelijk dieper,alleen zou dit bij een DD mauve van kleur moeten worden en het wordt paarsachtig,waarmee de Violet factor gelijk verklaard is!
Grijs factor
De Grijs factor geeft in de groenserie een Grijsgroene kleur en in de blauw serie een Grijze kleur weer.
De oorspronkelijke blauw structuur is nu grijs van kleur geworden.
Grijsgroen wordt nog als verward met de DD groen (Olijfgroen),qua kleur zit het dan ook vrij dicht bij elkaar,nemen we de grasparkiet dan zien we dan de Grijsgroene grijze wangvlekken heeft en de DD groen violette wangvlekken. Ook bij de Pruimkop – en Halsband parkiet wordt de Grijsgroen mutant vaak foutief ‘’Olijfgroen” genoemd,hier is het verschil duidelijk in de staartkleur te zien,deze trouwens ook bij de grasparkiet is bij de Grijsgroene zwart van kleur en bij de DD groen (Olijfgroene) diep kobalt. Dubbel factorige Grijsgroene zijn optisch nauwelijks te herkennen,alleen de kweekuitkomsten kunnen hier uitsluitsel over geven
Soorten waar de Grijs factor bij opgetreden zijn:
Grasparkiet
Turquoisine parkiet
Splendid parkiet
Halsbandparkiet
Pruimkop parkiet
Grote Alexander parkiet
Roze borstbaard parkiet
Roodrug parkiet
Barraband parkiet
Roodvleugel parkiet
Lori v/d blauwe bergen
Roodnek lori
Schubben lori
Musk lori
Blauw gele ara
Groenstuit dwergpapegaai (passerinus)
Grijsrug dwerg papegaai ( coelestus)
Ook hier weer kunnen we nog vele soorten verwachten die de Grijs factor kunnen laten zien.
Misty factor
De Misty is een vrij nieuwe factor binnen de mutatie wereld,een jaar of 10 terug had niemand ooit hiervan gehoord,eerst werden ze in Nederland als bleekgroen en bleekblauw betiteld. Misty is de internationale naam geworden. De Misty factor zorg voor een reductie van ongeveer 20% van het melanine,ook de blauwstructuur wordt hierdoor lichter,zodat we optisch een halve grijze krijgen. Genetisch is de Misty zeker geen halve Grijze,bij de Grijze veranderd er namelijk niets met het melanine !
Misty’s gaan we alleen vragen wanneer de Misty factor dubbel aanwezig is.
Enkel factorige Misty’s zijn moeilijk herkenbaar zeker als er geen vergelijk is met een wildkleur. Een Misty moet duidelijk een opgebleekte groene of blauwe kleur bezitten ,het blauw is veel lichter maar zeker niet grijs en de originele zwarte veervelden,blijven optisch zwart iets lichter als bij de ongemuteerde vogel. Bij sommige soorten is de kleur te vergelijken met een olijf,alleen ook hier zijn de blauwe kleurvelden veel lichter
In Engels talige literatuur wordt de Misty ook vaak omschreven als Khaki
De Misty is bij de volgende soorten al ontstaan:
AG Nigrigenus
AG Taranta
Swift parkiet
Blauwvleugel parkiet (Neophema)
Splendid parkiet
Halsbandparkiet
Twenty eight parkiet
Roodrug parkiet
Lori v/d blauwe bergen
Blauwe voorhoofd amazone
En waarschijnlijk ook bij de Grote Alexander parkiet en
Catharina parkiet
Violet factor
De Violet factor wordt veroorzaakt door een verandering in de bewolkte zone. Door de kleinere vacuoles worden i.p.v blauwe lichtstralen nu violette lichtstralen met een kortere golflengte verstrooid.
Het originele blauw wordt nu paars,om dit paars optimaal tot uiting te laten komen moet de Violet factor gecombineerd worden met een D blauw factor,dan krijgt men een diep paarse kleur.
In de groenserie is de Violet factor wel waar te nemen ,maar niet spectaculair ,ook niet in combinatie met een D factor.
Bij sommige soorten is al wel de Violet factor ontstaan,maar nog niet de blauw en/of D factor,hier worden de Violette gekeurd als Violet factorig,hier is voor gekozen om te voorkomen dat de Violet factor anders weer zal verdwijnen binnen deze soort,zodra er een echte blauwe is ontstaan en ook de D factor dan vervalt de Violet factorige en vragen we alleen de Violet,zoals bij de AG roseicollie en de Catharina parkiet
De Violet factor is bij de volgende soorten al ontstaan:
Grasparkiet
AG Rosiecollie
AG Personata
AG Fisherie
AG Nigrigenus
Catharina parkiet
Bourke parkiet
Splendid parkiet
Turquoisine parkiet
Halsband parkiet
Spangle factor
De Spangle factor veroorzaakt een verandere verdeling van het melanine,rond de schacht is het verdwenen en verplaatst naar de rand van de veren. De toppen van de veren tonen echter ook geen melanine,hierdoor ontstaat er een zoom tekening (schubeffect).Vandaar dat de Nederlandse naam Gezoomde is voor de Spangle.De schacht van de veer toont nog wel melanine. De Spangle komt het best tot uiting bij soorten vogels die van nature al een zwarte zoomtekening tonen op het rug /vleugeldek,zoals de grasparkiet en Catharina parkiet,waar bij deze laatste de Spangle overging” s nog niet is ontstaan. Bij soorten zoals bij o.a de Halsband parkiet is de Spangle factor minder sprekend omdat deze van nature egaal groen zijn op rug –en vleugeldek,hier zal het hoofdzakelijk in de vleugel dekveren tot uiting komen.
Kenmerkend voor de Spangle factor is dat de zwarte omzoming nagenoeg gelijk van kleurdiepte is als bij de ongemuteerde vorm. Bij de Ag Fisherie en halsbandparkiet komt dit minder tot uiting,doordat deze van nature nagenoeg geen zwarte veervelden bezitten. Dit is dan ook de oorzaak dat o.a bij de AG Fisherie deze factor vaak foutief als Pastel Gezoomd wordt omschreven,zou de pastel factor hierin gekweekt zijn dan zou de omzoming tot een minimum beperkt zijn en nauwelijks waarneembaar. De combinatie van reductie factoren met de Spangle zijn trouwens geen gewenste kleurslagen!
Bij de Spangle worden zowel de enkel als dubbel factorige gevraagd,de enkel factorige moeten duidelijke zoomtekening tonen en de dubbel factorige zijn egaal geel in de groen serie en egaal wit in de blauw serie
Het verschil met de gele of witte zwartoog ,welke verkregen is uit de combinatie van Dominant bont en recessief bont,zijn de hoorndelen.
Bij de dubbel factorige Spangle zijn deze donker ,nagenoeg gelijk aan de wildkleur en bij de gele en witte zwartoog zijn deze hoorn tot vleeskleurig door de bont factoren.
Bij de bourke parkiet is er ook een mutatie welke vaak als Spangle betiteld wordt,dit is een foutieve benaming,gezien deze autosomaal recessief vererft,dit is naar alle waarschijnlijkheid de mottle of grizzled
De Spangle factor is bekend bij de volgende soorten:
Grasparkiet
AG Fisherie
Halsband parkiet
Dominant bont factor
Bonte vogels kunnen we verdelen in Dominant bont en recessief bont.
Het verschil dat de Dominant bont een vrij constant vast bontpatroon bezit en dit bij de recessief bont zeer variabel is.
Een ander vast gegeven is dat bij de Dominant bonte het normale uiterlijke geslachtsverschil waarneembaar blijft en dat bij recessief bont er GEEN uiterlijke geslachtsverschillen meer zijn,ook niet als dit bij de ongemuteerde wel duidelijk is . Recessief bonte mannen zijn qua kleur exact gelijk als recessief bonte poppen! Het enigste verschil is bij sommige soorten nog het formaat en model. Bij de grasparkieten is de blauwe neusdop blank van kleur maar ook glad van vorm,terwijl dit bij de pop bruin en wat ruw is!
De bont factor ontstaat door een plaatselijke totale beletting van melanine.
Door selectie binnen de Dominant bonte zijn er verschillende verschijningsvormen ontstaan,vooral bij de grasparkieten zoals de Hollands bonte,Klaarpen en Dominant bont met band ook vaak nog Australische bont genoemd.
De Dominant bont factor is bekend bij de volgende soorten:
Grasparkiet in 2 vormen
Splendid parkiet
Elegant parkiet
Pracht rosella
Stro gele rosella
Barnard parkiet
Roodrug parkiet
Hooded parkiet
Roodvoorhoofd kakariki
AG Roseicollie
AG Fisherie
Bonte Boertje
Pruimkop parkiet
Ook zijn er nog een aantal soorten waarbij al wel de bont factor bij is opgetreden,maar waar nu nog niet exact vast staat of dit een Dominant of recessief bonte is. Dit zijn soorten waarbij van nature al geen geslachts verschil waarneembaar is zoals o.a. Amazone papegaaien
Kuif factor
Bij sommige soorten zoals bij de valkparkiet,kakatoes en de hoornparkiet zien we van nature al een kuif op de schedel. Bij van nature ‘’gladkoppen” kunnen er echter ook kuifvormen ontstaan. Deze kuif mutatie is veelal rozet vormig,we kennen echter ook een halve rozet en een puntkuif.
De Kuif factor ontstaat door een verandering van de positie van de veerzakjes,vaak is de Kuif dubbel aanwezig.
De Kuif factor is in alle kleurslagen in te kweken,van de Kuif factor is tevens bekend dat deze regelmatig de lethaal factor doorgeeft. Dit wil zeggen dat de kiem in het ei niet tot ontwikkeling komt en afsterft. Het is dan ook sterk aan te bevelen om een gekuifde tegen een niet gekuifde te paren. Bij Gekuifd x Gekuifd zal deze lethaal factor alleen maar versterkt worden.
De Kuif factor is tot nu toe alleen nog maar bij de grasparkieten opgetreden en ook daar is hij niet echt populair,we zien ze zelden op een TT.
Grasparkiet
DOMINANT GESLACHTS GEBONDEN
Naast de Dominant autosomale vererving kennen we sinds een paar jaar een geheel nieuwe Dominante vererving,welke Dominant geslachtsgebonden vererft,deze factor is opgetreden bij de Catharina parkieten en is tot nu toe de enigste binnen alle kromsnavels die zo vererft. Ook bij de vinkachtige kennen we maar 1 soort waarbij een mutant Dominant geslachtsgebonden vererft,namelijk de Pastel gould amadine.
Wat doe nu precies deze Dominant geslachtsgebonden factor.
In feite is deze Dominant geslachtsgebonden factor vrij gemakkelijk te herkennen. Poppen die hieruit geboren worden zijn altijd dubbel factorig of ongemuteerd. Dit komt omdat een pop een Y –chromosoom heeft.
Bij de mannen zien we enkel en dubbel factorige mutanten.
De enkel factorige toont al wel een gedeeltelijke reductie in zijn tekenings patroon,vooral op de schoudervlek welke veel kleiner is dan normaal en ook de omzoming is lichter dan normaal. Toch geeft dit voor vele kwekers nog behoorlijk wat problemen om ze als zodanig te herkennen en ik ben er PERSOONLIJK dan ook een groot voorstander van om enkel factorige Dominant geslachtsgebonden niet te gaan vragen als TT vogel. Uiteraard hebben we ze wel nodig als kweekvogel.
Over de juiste naamgeving bij de Catharina parkiet is nog onderzoek aan de gang,momenteel worden ze Dominant gezoomd genoemd,maar uit dit onderzoek kan ook komen dat het om een Pastel gaat ?
Door sommige kwekers worden ze als cinnamon omschreven dit is zeker onjuist.
Kweekuitkomsten van deze factor zijn:
Enkel factorige Dominant gezoomde X normaal, geeft dubbel factorige poppen,normale poppen ,enkel factorige mannen en normale mannen.
Alle normale mannen zijn 100% zuiver en dus geen split,splitten bestaan niet bij een Dominante vererving! Dit geld ook voor de poppen uiteraard.
Normale man X Dominant gezoomde pop geef enkel factorige mannen,gezoomde poppen en normale poppen.
Om ook dubbel factorige mannen te kweken moet men een enkel factorige man tegen een Dominant gezoomde pop paren,hieruit komen dan ook dubbel factorige mannen ,maar ook nog enkel factorige.
Bij deze dubbel factorige mannen is slecht te zien of het een man is ,veelal wordt er DNA onderzoek gedaan om dit te bepalen,door de reductie is de staart uiteinde zover gereduceerd dat dit zeer moeilijk te zien is.
Dit is zeker een nadeel van deze factor,een groot voordeel is wel wanneer de vogel enkel factorig is dat dit voor 100% zekerheid alleen maar een man kan zijn.
Zodra de uitkomsten van het vederonderzoek klaar zijn zal over deze Dominant geslachtsgebonden factor artikels verschijnen in de diverse vogelbladen met de uitslag hiervan.
GESLACHTSGEBONDEN RECESSIEF
Bij vogels hebben mannen 2 X –chromosomen en poppen maar 1 X –chromosoom,met daar tegenover het Y –chromosoom.
Bij de mannen moet er en beide X –chromosomen dezelfde kleur (factor)zitten om dit uitwendig te laten zien,zit er maar in 1 X –chromosoom een afwijkende factor,dan is de man split (drager) van deze factor. Bij poppen daar in tegen,is wanneer de X –chromosoom een andere dan normale factor bezit ,dit gelijk zichtbaar,dit komt omdat het andere Y –chromosoom loos/leeg is.
Wanneer er nou een mutatie plaats vindt op het X –chromosoom van een pop ,noemt men dit geslachtsgebonden recessief.
Poppen kunnen daarom ook NOOIT split /drager zijn van een geslachtsgebonden factor,ze zijn wat ze laten zien of ze zijn 100% normaal .
Mannen bezitten 2 x -chromosomen,wanneer er nou een normale man tegen over een geslachtsgebonden recessief factor pop gepaard wordt,dan krijgen de jonge mannen hieruit 1 X –chromosoom van de man en 1 X-chromosoom van de pop welke gemuteerd is, dus zijn alle jonge mannen split voor de geslachtsgebonden factor.
De volgende mutaties vererven geslachtsgebonden recessief:
Cinnamon
Pallid = nieuwe naam voor isabel ,of pastel bij de roodrugparkiet,bij de grasparkieten wordt dit Texas Clearbody genoemd
Opaline, de geparelde valkparkiet is ook een opaline !!!!
SL,ino ,let wel op bij de ino kennen we verschijningen die geslachtsgebonden vererven en ook ino’’s die autosomaal recessief vererven.
De geslachtsgebonden ino’’s worden aangegeven als SL ino, SL betekend Sex Linked of gewoon in het Nederlands geslachtsgebonden
Slate
We gaan nu een paar kweekuitkomsten geven en het maakt niets uit welke van de bovenstaande geslachtsgebonden factoren we nemen. Ik neem nu de cinnamon,maar als u b.v de opaline zal nemen zijn de uitkomsten exact het zelfde !
Cinnamon man X normale/niet cinnamon pop.
De jonge mannen zijn alle normaal,maar wel split/drager voor cinnamon,alle poppen zijn cinnamon.
Normale/niet cinnamon man X cinnamon pop.
De jonge mannen zijn alle split/drager voor cinnamon en alle jonge poppen hieruit zijn 100% normaal en nooit split voor cinnamon .
Split /cinnamon man X cinnamon pop
25% van de jonge mannen zijn normaal van kleur maar wel split cinnamon
25% van de jonge mannen is cinnamon
25% van de jonge poppen is cinnamon
25% van de jonge poppen is normaal en geen split
Split /cinnamon man X normale pop
25% van de jonge mannen is normaal
25% van de jonge mannen is normaal/split cinnamon
25% van de jonge poppen is cinnamon
25% van de jonge poppen is normaal
we zien hier bij de laatste uitkomsten bij de mannen dat 25% van de mannen normaal is en 25% van de mannen split,theoretisch klopt dit ook alleen praktisch is dit niet te zien,door het feit dat ze uiterlijk exact gelijk van kleur zijn. Alleen kweek uitkomsten kunnen bepalen of zo jonge man daad werkelijk split is . De kweker noemt deze jonge mannen daarom ook dan kanssplit/cinnamon.
U heeft nu regelmatig een diagonaal streepje kunnen zien / ,als dit achter een kleurnaam staat wil dit zeggen dat alles wat er achter dit / staat hier deze vogel split voor is,wat voor het / staat laat de vogel nu al zien
Cinnamon man X cinnamon pop geeft 100% cinnamon jongen,zowel mannen als poppen